Beperking van 250 euro bij huis-aan-huisverkoop opgeheven (art. 52-56 DB Economie)
Op 10 juli 2014 werd Belgiƫ immers veroordeeld door het Europees Hof van Justitie omdat het verbod op de verkoop van producten en diensten voor een waarde gelijk aan of meer dan 250 euro indruist tegen de verplichtingen uit Richtlijn 2005/29/EG over de oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt. Die richtlijn verbiedt de lidstaten om maatregelen te nemen of te handhaven die het vrij verrichten van diensten of het vrije verkeer van goederen beperken.
De wetgever zorgt nu voor de nodige aanpassingen in de Wet op de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten en KB ambulante activiteiten.
Verkoopsbeperkingen door Koning
Maar daarbij focust hij niet alleen op het verkoopsverbod van producten en diensten van 250 euro of meer, ook een aantal andere bepalingen worden aangepast om ze in overeenstemming te brengen met Richtlijn 2005/29/EG. De Wet op de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten voorziet bijvoorbeeld dat de Koning maatregelen kan nemen om de verkoop van bepaalde producten en diensten te verbieden om redenen van openbare orde en volksgezondheid. Maar ook ter bescherming van de consument, een bepaling die veel verder reikt dan wat de Richtlijn toelaat. Deze laatste optie wordt dan ook geschrapt.
Ambulante verkoop van wapens en geneesmiddelen
Het KB ambulante activiteiten bevat dan weer een aantal overbodige verbodsbepalingen. Het verbod op de ambulante verkoop van wapens wordt gedekt door de Wapenwet van 8 juni 2006 en wordt dus opgeheven in het KB. Het verbod op geneesmiddelen ambulant te verkopen maakt dan weer deel uit van het KB van 31 mei 1885 houdende goedkeuring der nieuwe onderrichtingen voor de geneesheren, de apothekers en de drogisten. De bepalingen kunnen hier dus wegvallen.
16 juli 2016
Hoofdstukken 5 en 6 bevatten geen specifieke datum van inwerkingtreding. Ze worden dus volgens de algemene regel van kracht 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Dat was op 16 juli 2016.
Bron: Wet van 29 juni 2016 houdende diverse bepalingen inzake Economie, BS 6 juli 2016 (art. 52-56)